Get the Flash Player to see this player.

Operatiekamer

Operaties kat

Algemeen

Aan elke operatie zit een narcose vast, wat bij eigenaren wat angst op kan roepen. Dit is niet helemaal onterecht, omdat aan elke narcose een risico zit, of het nu gaat om een hond, kat, konijn of cavia. We doen er alles aan om dat risico zo laag mogelijk te houden.
We maken gebruik van zowel injectie- als gasnarcose. Daarnaast hebben we optimale bewaking tijdens de narcose, zoals een hartfilmpje (ECG), controle van de ademhaling, en zuurstof- en koolzuurgasmetingen.
Het is erg belangrijk dat de operatiepatiënt twaalf uur voor de operatie geen voedsel meer opneemt. Dit is om braken tijdens de narcose te voorkomen. Voedsel kan dan in de longen komen wat een longontsteking kan veroorzaken. Drinken mag, in kleine hoeveelheden, nog tot twee uur voor de operatie.


 
Pre-anesthetisch onderzoek

Elke narcose wordt vooraf gegaan door een lichamelijk onderzoek, het pre-anesthetisch onderzoek. Hierbij beoordelen we de gezondheidstoestand van uw kat. De algemene toestand wordt bekeken en ook  worden hart en longen beluisterd. Bij jonge gezonde dieren die bijvoorbeeld gesteriliseerd of gecastreerd moeten worden zal dit meestal volstaan. Bij oudere of zwakkere dieren zal dit echter aangevuld moeten worden met een bloedonderzoek en indien nodig eventueel een röntgenfoto van hart en longen, een hartfilmpje of een bloeddrukmeting. Bloedonderzoek geeft onder andere informatie over lever- en nierfuncties, het eiwitgehalte en de hoeveelheid rode en witte bloedcellen in het bloed. De lever- en nierfuncties zijn met name belangrijk omdat deze organen de meeste narcosemiddelen verwerken en uitscheiden.


 
Voorbeelden van operaties

 

Castratie
Vanaf de leeftijd van 6 maanden mag een kater gecastreerd worden. Wanneer hij niet sproeit of andere katten kan dekken, mag u ook wat langer wachten. Dan ontwikkelt de kat zich meer tot een brede, stoere kater. Bij de castratie worden twee kleine sneetjes in de balzak gemaakt, waar de balletjes uitgehaald worden. Deze sneetjes blijven open, maar sluiten zich vaak vanzelf binnen een dag na de operatie.

 

Sterilisatie
Ook een poes kan vanaf 6 maanden leeftijd gesteriliseerd worden. Wanneer u geen nestje met uw poes wilt fokken, adviseren wij altijd om de poes op jonge leeftijd te steriliseren. Dit geeft een enorme vermindering van het risico op melkkliertumoren. Die komen bij ongesteriliseerde poezen 7 keer zo vaak voor, en zijn in 80% van de gevallen kwaadaardig. Bij de operatie wordt een klein sneetje in de buik gemaakt. Via dit gaatje worden de eierstokken verwijderd. Meestal kan de baarmoeder blijven zitten. De buikwand en de huid worden met oplosbaar draad gehecht, en de operatiewond wordt met een pleister afgedekt.

 

Andere operaties
Op de praktijk worden tal van andere operaties uitgevoerd. U kunt denken aan allerlei operaties aan de buitenkant, zoals het verwijderen van huidtumoren of het opereren van naar binnen krullende oogleden (entropion). Maar ook het verwijderen van een stukje darm, of het openen van de blaas voor het verwijderen van een blaassteen zijn voorbeelden van operaties die we hier regelmatig doen. Dierenarts Albert Soede doet ook orthopedische operaties, hier kunt u daar meer over lezen.

 

Nazorg

Na de operatie gaat de patiënt naar de herstelruimte. We beschikken over een twee speciale opnameruimten. De ene ruimte is bestemd voor de honden, en de andere voor katten, zodat honden en katten niet samen in een ruimte hoeven te verblijven. Vaak koelt een dier tijdens de narcose een beetje af, en daarom wordt uw kat na de operatie  warm neergelegd op een deken onder warmtelampen en indien nodig met kruiken erbij. De nazorg houdt ook in dat de dieren regelmatig worden getemperatuurd. Ook wordt gecontroleerd of de patiënt op een rustige manier wakker wordt en niet aan de wond gaat zitten. Als een kat aan de wond gaat zitten, moet dat voorkomen worden door het dragen van een kraag of het aantrekken van een rompertje dat de wond afdekt.
Pas als de patiënt weer geheel wakker is mag water en later ook voedsel gegeven worden. Er moet altijd begonnen worden met kleine beetjes.
Als de patiënt thuiskomt zal hij nog niet helemaal "de oude" zijn. Meestal gaat hij of zij binnen een dag eten en drinken. Als dat onverhoopt niet het geval is, moet u contact met ons opnemen. Voor een "buitenkat" geldt uiteraard dat u hem binnen moet houden tot hij weer goed drinkt en eet en normaal functioneert. Als u meer huisdieren heeft, is het raadzaam om even te bekijken hoe die reageren op het geopereerde dier. Die kan zich natuurlijk nog niet direct verweren en dat is de andere huisdieren niet uit te leggen. Voor de zekerheid is het beter om de patiënt even apart te houden.
Meegekregen medicijnen moet u altijd opmaken, ook al lijkt het herstel optimaal. Zijn er zaken waar u niet zeker over bent, aarzel niet contact met ons op te nemen. Afhankelijk van het soort operatie moet u op een bepaalde tijd (meestal 10-14 dagen) terugkomen voor een wondcontrole. Dit is een gratis service na de operatie. Eventuele hechtingen aan de buitenkant van de wond worden dan ook verwijderd.