Get the Flash Player to see this player.
Vaccinaties

Vaccinatieschema

Kittens kunnen vanaf de leeftijd van 6 weken geënt worden tegen katten- en niesziekte, evtentueel met chlamydia (de ‘kattencocktail’). Wij raden aan om de eerste enting te geven op een leeftijd van 9 weken. Omdat het afweersysteem nog niet volledig is ontwikkeld, biedt de kittenenting slechts een voorlopige bescherming tegen de ziekte. Daarom moet het dier na 3-4 weken nogmaals geënt worden met deze cocktailenting. Daarna is het dier voor een heel jaar beschermd.
Een jaarlijkse herhalingsenting is daarna voldoende. Wij enten uw kat afwisselend met de cocktailenting en de niesziekte enting, dit in verband met de langere werkingsduur van het kattenziektevaccin, waardoor deze maar 1 keer in de twee jaar gegeven hoeft te worden. Katten die op latere leeftijd voor het eerst worden geënt, krijgen na een maand een herhalingsenting en volgen daarna dezelfde jaarlijkse procedure als hiervoor beschreven. Hetzelfde geldt voor dieren die jarenlang niet meer geënt zijn. U wordt door ons gebeld als het weer tijd is voor de enting, zodat u dat zelf niet in de gaten hoeft te houden.
In bepaalde omstandigheden kan het zinvol zijn om uw kat op een leeftijd van 16 weken te vaccineren tegen FIP en/of FeLV. Bespreek dit met één van onze dierenartsen. Deze enting moet na 3 weken herhaald worden.
Indien het nodig is (bijvoorbeeld bij een buitenlandse reis of show) kan uw kat vanaf 12 weken geënt worden tegen rabies (hondsdolheid). Deze moet dan ieder jaar herhaald worden.

Wij zien de vaccinatie vooral ook als een jaarlijkse gezondheidscontrole van uw kat, waarin alle problemen besproken kunnen worden en uw dier uitgebreid onderzocht wordt. Bij oudere dieren kan bijvoorbeeld een bloedonderzoek gedaan worden om alle orgaanfuncties te controleren.

 

Hieronder volgt informatie over de verschillende ziekten waartegen gevaccineerd kan worden.

 

Kattenziekte

Kattenziekte wordt veroorzaakt door een zeer besmettelijk klein virus (parvo-virus) hetgeen ongevoelig is voor veel ontsmettingsmiddelen. Vooral jonge dieren van minder dan 1 jaar oud zijn gevoelig. Het virusdeeltje kan gedurende lange tijd in de omgeving aanwezig blijven. De infectie vindt plaats door de opname of inademing van virusdeeltjes die uitgescheiden worden door besmette dieren via speeksel, urine, ontlasting, niezen of hoesten. De ziekte uit zich door hoge koorts, diarree en braken. De ziekte verergert snel en in veel gevallen zal de kat overlijden. Er zijn nog geen medicijnen om het virus mee te bestrijden. Uitsluitend door uw kat in te laten enten is het mogelijk om het dier te beschermen tegen kattenziekte.


Niesziekte

Niesziekte is een aandoening van de voorste luchtwegen. Niesziekte is de meest voorkomende infectieziekte bij de kat. Bij de volwassen kat is de ziekte soms dodelijk. Ook bij de jonge kat kan een dodelijke afloop voorkomen, vooral wanneer door verzwakking andere aandoeningen een kans krijgen. Niesziekte is geen ziekte die door een enkel virus wordt veroorzaakt. Deze infectie van de luchtwegen wordt veroorzaakt door meerdere virussen en bacteriën. De belangrijkste virussen zijn Calicivirus (FCV) en het Rhinotracheïtisvirus (FVR). De symptomen, die deze twee virussen geven, lijken sterk op elkaar. Hierdoor is het moeilijk om te bepalen welke van de virussen er in het spel is. Een soort bacterie die ook een rol kan spelen in het niesziektecomplex is Chlamydia. Bacteriële infecties van de luchtwegen kunnen in de meeste gevallen afdoende behandeld worden met antibiotica. Dit geldt echter niet voor virusinfecties.
Verschijnselen bij deze ziekte zijn wat hoesten met waterige neus- en ooguitvloeiing, sloom, koorts, niet eten, niezen en beschadiging van tong- en wangslijmvliezen waardoor zweertjes ontstaan. Met medicijnen zijn de complicaties zoals longontsteking, te bestrijden. Echter, jonge katjes en oudere dieren zijn een risicogroep. Veel katten die nieszekte hebben gehad, blijven drager. Komen deze dieren later in een stressvolle situatie, bijvoorbeeld een nieuwe kat in huis, dan beginnen ze vaak weer te niezen.
Katten kunnen worden gevaccineerd tegen de belangrijkste virussen die niesziekte veroorzaken. Het is dus niet zo dat een kat die tegen niesziekte is gevaccineerd nooit meer verkouden kan worden. Wel is het zo dat bij een regelmatige gevaccineerde kat de eerste verschijnselen van niesziekte niet doorzetten en de diepere luchtweginfecties uitblijven.


Rabiës (hondsdolheid)

Hondsdolheid is een beruchte en levensgevaarlijke ziekte bij mens en dier. Het wordt veroorzaakt door een virus dat meestal via het speeksel (bijvoorbeeld een beet) maar ook op andere manieren kan worden overgedragen. De verschijnselen kunnen zich pas na enkele weken tot wel drie maanden openbaren. We zien vooral verschijnselen als karakterveranderingen (van heel sloom en treurig tot agressief) en gedragsveranderingen (de neiging om te gaan zwerven en het eten van stenen, hout of andere zaken). Bij de enting wordt het onschadelijk gemaakte hondsdolheidvirus geinjecteerd. Hierdoor ontwikkelt het lichaam immuniteit tegen het virus waardoor het echte virus geen kans meer krijgt. Het is zonder meer logisch dat u verplicht bent om bij bezoek aan het buitenland uw kat tegen rabiës te laten enten. Dat is in het belang van dat land zelf maar evenzeer van uw kat en niet te vergeten van uzelf. De meeste landen eisen dat de enting minstens vier weken vóór vertrek wordt toegediend en niet ouder is dan één jaar.
Per land zijn de eisen ten aanzien van invoer verschillend, vraag ons ernaar alvorens u naar het buitenland vertrekt.


Kattenleukemie (FeLV)

Kattenleukemie is een chronisch verlopende ziekte die wordt veroorzaakt door het Feline Leukemie Virus (FeLV). Dit virus veroorzaakt leukemie en lymfeklierkanker en tevens kan het afweersysteem van de kat ernstig worden aangetast. Hierdoor wordt de kat erg vatbaar voor allerlei andere aandoeningen. De ziekte komt in Nederland nauwelijks voor. Het virus wordt overgebracht via speeksel, bloed en urine. Jonge katjes kunnen via de moedermelk worden geïnfecteerd, maar de belangrijkste manier van overdracht is via het delen van voer- en waterbakjes en het wassen van elkaars vacht. Of uw kat het FeLV-virus bij zich draagt, kan uitsluitend worden geconstateerd door middel van bloedonderzoek. Dit is in onze praktijk mogelijk. Medicijnen tegen het FeLV-virus zijn er niet.
Gelukkig is er tegen deze ziekte een vaccin beschikbaar. Wanneer uw kat risico loopt besmet te raken door dit virus dan is het zeker aan te raden om het dier hiertegen te laten vaccineren.


FIP (Feline Infectieuze Peritonitis)

Besmettelijke buikvliesontsteking bij de kat wordt gewoonlijk afgekort als FIP (Feline Infectieuze Peritonitis). Het is een besmettelijke buikvliesontsteking, veroorzaakt door een coronavirus. Er zijn geen medicijnen tegen en de ziekte kan dodelijk verlopen.
FIP begint vaak met wisselende koorts, sloomheid en vermageren. Bij de zogenaamde 'natte vorm' (75% van de gevallen) is de buikholte van zieke dieren gevuld met een karakteristieke gele, heldere, dradentrekkende vloeistof. Dit vocht kan ook aanwezig zijn in de borstholte en kan benauwdheid veroorzaken. Daarnaast is ook een 'droge vorm' bekend waarbij de afzonderlijke organen als de lever, nieren en darmen zijn aangetast. Ook kunnen de hersenen worden aangetast. Afhankelijk van de aangetaste organen kunnen er dus symptomen optreden zoals toenemende buikomvang, diarree, benauwdheid en geelzucht. Vooral bij de natte vorm wordt vaak in een laat stadium gezien dat het dier ziek is; ondanks de slechte eetlust wordt de vermagering namelijk gemaskeerd door de dikke buik. De meeste ziektegevallen worden op jonge leeftijd vastgesteld (jonger dan vijf jaar) en bij dieren ouder dan 13 jaar. Het virus wordt overgedragen via voedselresten, speeksel en ontlasting.
In Nederland is sinds enkele jaren een vaccin tegen FIP verkrijgbaar dat in de neus wordt toegediend. De fabrikant vermeldt een volledige bescherming gedurende het eerste half jaar en gedeeltelijk in de daarop volgende zes maanden. Katjes, geboren in een omgeving waar FIP heerst, moeten heel vroeg worden geïsoleerd. In goed overleg met uw dierenarts kan het kitten na de afzonderingsperiode worden ingeënt. Geadviseerd wordt om vanaf een leeftijd van 16 weken de eerste enting te geven en deze na drie weken te herhalen. Daarna volgt een jaarlijkse herhaling. In besmette omgeving is het mogelijk om een kortere periode tussen de jaarlijkse vaccinatie aan te houden, bijvoorbeeld iedere zes maanden.