|
Op vakantie gaan is heerlijk, maar het meenemen of achterlaten van een huisdier vergt wel voorbereiding. Hier zullen we proberen de belangrijkste mogelijkheden toe te lichten, en aan te geven waar u op moet letten. Het huisdier gaat niet mee op vakantie Veel dieren kunnen of mogen niet mee op vakantie, en moeten daarom achterblijven. Ideaal is het natuurlijk als u buren of andere kennissen of familie hebt, die op uw huisdieren willen passen. Zeker voor een kat is het vaak erg fijn als de verzorgers aan huis willen komen en de kat lekker in zijn of haar eigen omgeving mag blijven. Pension Vaak worden huisdieren tijdens een vakantie naar een pension gebracht. Het is verstandig om hier ruim op tijd voorbereidingen voor te treffen! In de vakantieperioden kunnen de pensions namelijk erg snel vol raken. Ook is het belangrijk om van tevoren informatie in te winnen over het desbetreffende pension; hoe is hun werkwijze, hoe worden de dieren gehuisvest, hoe lang worden de honden uitgelaten, enzovoorts. Omdat er in een pension veel dieren in één gebouw gehuisvest worden, kunnen ziekten en infecties zich snel uitbreiden. Daarom moeten pensions daar goede maatregelen voor nemen, en worden er eisen gesteld aan uw huisdier. Deze voorwaarden sommen we hieronder voor u op. 1. Uw hond of kat moet volgens het vaccinatieschema de geënt zijn. 2. Het pension stelt vaak een aanvullende kennelhoestvaccinatie verplicht. Vraag uw pension op welk tijdstip deze toegediend moet worden. 3. Sommige pensions stellen een chip (voor hond of kat) verplicht. 4. Ontworm en ontvlooi uw dier een aantal dagen voor het naar het pension gaat. Soms wil het pension hier een bewijs van zien. 5. Neem het dierenpaspoort mee, waar alle gegevens in staan. Uw huisdier gaat mee op vakantie Voordat u uw huisdier meeneemt, moet u informeren of uw huisdier welkom is in bijvoorbeeld het vakantiehuisje op de plek van bestemming. Ook moet u zich afvragen of het dier voldoende fit is voor de reis, en niet te erg aan huis gebonden is, zoals sommige katten. Over de grens Als uw hond, kat of fret meegaat over de grens, gelden er een aantal eisen. Uw dier kan door de douane gecontroleerd worden, en wanneer de papieren niet in orde zijn, kan de douane besluiten dat uw dier teruggestuurd, in quarantaine, of in een uiterst geval geëuthanaseerd moet worden. Zorg dus dat alles in orde is! Hieronder noemen we de algemene eisen: 1. Uw dier moet een EU-paspoort hebben (uitgegeven door de dierenarts). 2. Honden, katten en fretten moeten zijn ingeënt tegen hondsdolheid; rabiës. Meestal moet de enting uiterlijk 21 dagen van tevoren gegeven worden, maar soms nog eerder. 3. Uw dier moet gechipt zijn. Soms volstaat een goed leesbare tatoeage ook. 4. Landen zoals het Verenigd Koninkrijk, Ierland, Malta of Zweden, stellen een bloedtest verplicht. Als u naar deze landen wilt, moet u dit minimaal 6 maanden van tevoren bij ons aangeven, zodat de test op tijd uitgevoerd kan worden. 5. Laat u bij de kliniek informeren over de invoereisen per land. Sommige landen stellen namelijk aanvullende eisen, zoals de bloedtest. Ook verbieden ze soms bepaalde hondenrassen, of bestaat er een aanlijnplicht, of moet uw hond een muilkorf dragen. Voorkom ziekten! Door klimaatverschillen komen in het buitenland vaak andere ziekten voor dan in Nederland. Om de kans dat u een ziek dier terugneemt van vakantie zo klein mogelijk te maken, informeren we u hier over een aantal belangrijke aandoeningen, en hoe u deze kunt voorkomen. Het is verstandig om u vooraf op de praktijk te laten informeren over de maatregelen die u in uw geval het beste kunt nemen, afhankelijk van de plaats waar u heen gaat. Dit zijn de algemene adviezen: 1. Zorg dat uw dier volledig is ingeënt. 2. Gebruik een goed middel tegen teken en vlooien (Scaliborband, Frontline Combo, Practic). 3. Gebruik in Zuid-Europa een goed middel om zandvliegjes te weren (Scaliborband). 4. Ontworm uw dier met een geschikt ontwormingsmiddel. Voor Zuid-Europa is dat Milbemax (maandelijks tot en met 1 maand na thuiskomst), voor Noord-Europa Milbemax, Plerion of Profender. Dit zijn de aandoeningen waar u rekening mee moet houden: - Babesiose Een hond kan deze ziekte oplopen via teken. Binnen een week na het bloedzuigen van de teek kan de hond ziek worden. De verschijnselen kunnen vaag zijn, slecht eten, koorts en sloomheid. Hierna kan er ook bloedarmoede, geelzucht en rode urine voorkomen. - Ehrlichiose Ook deze ziekte wordt door teken overgebracht. Een tot drie weken na infectie kunnen de cute symptomen optreden, zoals verminderde eetlust, koorts en bloedingen. Ook kunnen er later chronische, vaak vage klachten optreden. - Ziekte van Lyme Ook hier zijn teken de drager. Ze brengen de bacterie, Borrelia Burgdorferi over, en er kunnen klachten zoals kreupelheid, koorts en gezwollen gewrichten ontstaan. - Leishmaniasis Leishmania wordt overgedragen door zandvliegjes. Dit zijn kleine, stekende mugjes die vooral tussen zonsonder- en opgang actief zijn. Om deze reden kunt u uw hond, naast het laten dragen van een Scaliborband, rond deze tijd het beste binnen houden om besmetting te voorkomen. Verschijnselen treden vaak pas maanden tot jaren na infectie op, en bestaan uit huidklachten, kreupelheid, vermagering en ontstekingen aan bijvoorbeeld de nieren. - Hartworm De larven van hartwormen komen na de beet van een besmette mug in het bloed. De larven ontwikkelen zich tot wormen in de longslagader, en later ook in het hart. De klachten zijn hoesten, verminderde fitheid en benauwdheid. - Vossenlintworm Deze worm komt voor bij vossen in Centraal- en Oost-Europa, en ook in Oost-Groningen en Zuid-Limburg. Ook honden en katten kunnen zich besmetten via vossenontlasting. Mensen kunnen ook besmet worden, via hun eigen huisdier of bestmetten bosvruchten, en ontwikkelen dan cysten in de lever, maar de infectie kan ook dodelijk zijn.
|